Op dit moment zijn wij bezig met een onderzoek naar het gebruik van onze website. Wij verzoeken u vriendelijk aan dit onderzoek deel te nemen.
Het Financieel Jaarverslag van het Rijk (FJR) blikt terug op de economische en financiële ontwikkelingen in 2010 en geeft een overzicht van de gerealiseerde uitgaven en inkomsten, afgezet tegen de geplande uitgaven en verwachte inkomsten zoals die op Prinsjesdag anderhalf jaar daarvoor in de Miljoenennota voor 2010 zijn gepresenteerd. Tenslotte wordt in het FJR de kwaliteit van het financieel management bij het Rijk toegelicht.
2010 was een bijzonder jaar in politiek, economisch en in financieel opzicht. Politiek gezien bijzonder, omdat in 2010 het kabinet Balkenende IV viel en in oktober 2010 het kabinet Rutte-Verhagen aantrad. Daarnaast stond 2010 in het teken van economisch herstel en om de overheidsfinanciën op orde te brengen, zijn er stevige afspraken gemaakt.
Naar bovenVoorzichtig economisch herstelIn de Miljoenennota 2010 werd nog uitgegaan van een economische groei van 0 procent in 2010. Uiteindelijk is de groei volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) uitgekomen op 1,8 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dit duidt op voorzichtig economisch herstel, maar Nederland is nog niet terug op het niveau van vóór de crisis.
De economische groei van 2010 is grotendeels te danken aan de export. Deze herstelde zich snel en bevond zich eind 2010 op een hoger niveau dan voor de crisis. Verder herstelde de consumptie van huishoudens zich na de forse krimp van 2,5 procent in 2009 met een bescheiden groei van 0,4 procent. Investeringen daalden in 2010, maar wel minder dan in 2009. Ook in de financiële sector en het bedrijfsleven zijn tekenen van herstel te zien: meer financiële instellingen rapporteerden winstgroei en vulden hun kapitaalbuffers aan. Ook de winstgevendheid van bedrijven verbeterde.
In 2010 is de inflatie (prijsstijging) opgelopen van 0,8 in januari naar 1,9 procent in december. Gemiddeld kwam de inflatie uit op 1,3 procent. Vooral de prijzen van voedingsmiddelen en energie (brandstoffen) stegen. Door de inflatie en de gemiddelde loonstijging die met 1,0 procent iets onder het niveau van de inflatie lag, nam de koopkracht van mensen licht af.
Nederlandse arbeidsmarkt in 2010
2010 was ook het jaar van de ommekeer van een stijgende naar een
dalende werkloosheidsontwikkeling. De werkloosheid nam af van 452
duizend personen in februari 2010 tot 401 duizend personen in
december 2010. Het aantal vacatures liep na een forse afname in
2008 en 2009, in 2010 weer op (van 115 duizend in het eerste
kwartaal naar 130 duizend in het vierde kwartaal).
De Nederlandse overheidsfinanciën bevonden zich in 2010, evenals
in 2009, in zwaar weer. Het EMU-saldo (het tekort op de begroting)
is in 2010 uitgekomen op -5,4 procent bbp (32 miljard euro). De
EMU-schuld (de overheidsschuld) is in 2010 gegroeid naar 62,7
procent bbp (371 miljard euro). Dit zijn voor Nederland zeer forse
cijfers.
EMU-saldo
Hoewel het EMU-saldo van 2010 ongeveer gelijk is aan dat van 2009,
is het saldo 0,9 procentpunt beter uitgekomen dan verwacht. In de
Miljoenennota 2010 was de verwachting dat het tekort in 2010 op 6,3
procent bbp zou uitkomen. De verbetering van het saldo komt voor
ongeveer tweederde door hogere belasting- en premieontvangsten. De
hogere inkomsten zijn in lijn met een gunstigere economische
ontwikkeling dan ten tijde van de Miljoenennota 2010 werd verwacht.
Het overige gedeelte van de saldoverbetering wordt veroorzaakt door
lagere uitgaven, onder andere aan EU-afdrachten,
werkloosheidsuitgaven en rentebetalingen.
EMU-schuld
De EMU-schuld (overheidsschuld) is in 2010 met 2 procentpunt
toegenomen ten opzichte van 2009 naar een totaal van 62,7 procent
bbp. De schuld is voornamelijk gestegen door het tekort op de
begroting. Zo lang er een tekort op de begroting is, moet er
geleend worden en stijgt de schuld.
Wordt de schuld vergeleken met de verwachting uit de Miljoenennota 2010 dan komt deze iets beter uit. Toen werd namelijk nog verwacht dat de schuld uit zou komen op 65,7 procent bbp. De EMU-schuld valt dus ten opzichte van de Miljoenennota 2010 3 procentpunt lager uit. Deels komt dit door een lager dan verwacht tekort op de begroting en deels door vervroegde aflossingen die de Staat heeft ontvangen van financiële instellingen die overheidssteun hebben ontvangen.
Internationale vergelijking
In absolute zin zijn een EMU-saldo van -5,4 procent bbp en een
EMU-schuld van 62,7 procent bbp voor Nederland slechte cijfers en
voldoet Nederland daarmee niet aan de criteria uit het
Stabiliteits- en Groeipact. Het pact schrijft immers een maximaal
EMU-tekort van 3 procent bbp en een maximale EMU-schuld van 60
procent bbp voor. Echter, ten opzichte van andere landen in de
Eurozone doet Nederland het beter dan gemiddeld.
Aanvullend Beleidsakkoord
In het voorjaar van 2009 is het Aanvullend Beleidsakkoord (ABK)
gesloten om de economie snel, gericht en tijdelijk te stimuleren.
Door de val van het kabinet Balkenende IV is een deel van de
maatregelen uit het ABK niet doorgegaan. De economische
stimuleringsmaatregelen zijn in 2010 wél doorgegaan. Zo leidden
hogere werkloosheidsuitgaven (automatische stabilisatie) en heeft
de overheid de economie in 2010 een extra impuls gegeven door meer
uit te geven aan onder andere infrastructuur en (woning)bouw,
duurzame economie, arbeidsmarkt, onderwijs en kennis. Dit is
gerealiseerd door een combinatie van extra budget en door het naar
voren halen van reeds geplande investeringen. Uiteindelijk is er in
2010 2,9 miljard euro aan stimuleringsmiddelen uitgegeven.
Besparingspakket demissionair kabinet Balkenende IV
In de zomer van 2010 heeft het demissionaire kabinet
Balkenende IV een pakket van 3,2 miljard euro aan maatregelen
genomen om de overheidsfinanciën te herstellen. In de Miljoenennota
2011 is het besparingspakket toegelicht.
Maatregelen kabinet Rutte-Verhagen
Om de overheidsfinanciën op lange termijn op orde te krijgen, heeft
het nieuwe kabinet Rutte- Verhagen structurele maatregelen
aangekondigd van nog eens 14,8 miljard euro. Deze maatregelen zijn
in het Regeerakkoord toegelicht. Samen met het pakket van 3,2
miljard euro uit de zomer wordt in 2015 ongeveer 18 miljard euro
bespaard op de overheidsuitgaven.
Afbouw steun financiële sector
2010 stond ook in het teken van het beheren en het verantwoord
afbouwen van de noodmaatregelen in de financiële sector. Zo vond de
integratie van ABN Amro met Fortis plaats, werden de mogelijkheden
van een zelfstandige beheersorganisatie verkend en betaalden Aegon
en Fortis omvangrijke delen van de overbruggingskredieten
terug.
Alle Europese landen hebben zowel door de kredietcrisis als de economische crisis zware financiële klappen gekregen. De soms toch al hoge schulden van landen liepen verder op en niet alle landen, waaronder Griekenland, zijn er in geslaagd om voldoende zekerheid te scheppen over hun financiële toekomst en hun capaciteit om leningen terug te kunnen betalen. Het vertrouwen van de financiële markten in deze landen nam af met als resultaat de eurocrisis. Om de financiële stabiliteit van het eurogebied te waarborgen, bleek hulp aan Griekenland onvermijdelijk. Griekenland werd geholpen met een pakket aan leningen, maar daarmee was het vertrouwen van de financiële markten nog niet hersteld. Daarom zijn vorig jaar in mei tijdelijke noodmechanismen opgericht (de zogenaamde European Financial Stability Facility, EFSF en het European Financial Stability Mechanism, EFSM) met een totale beoogde uitleencapaciteit van 500 miljard euro om leningen te kunnen verstrekken aan eurolanden in problemen. Het verstrekken van leningen gebeurt samen met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) onder zeer strikte voorwaarden. Landen moeten een forse risicopremie betalen voor de leningen. Ook moet het land orde op zaken stellen in de overheidsfinanciën, de economie hervormen en de bankensector saneren. Het aandeel van Nederland in de garanties aan het EFSF bedroeg 25,9 miljard euro en in het EFSM 2,9 miljard euro. Ierland was in 2010 het enige land dat een beroep deed op het noodmechanisme.
In mei 2010 is ook overeengekomen dat er onder andere wordt gewerkt aan aanscherping van het toezicht op het nationaal begrotingsbeleid door versterking van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP). Zo zijn onder andere voorstellen gedaan voor beter toezicht en snellere sancties bij het uit de pas lopen van de overheidsfinanciën, minimumstandaarden voor de begrotingssystematiek, en snellere schuldreductie. Deze aanpassingen worden in 2011 verder uitgewerkt en zijn bedoeld om de kans dat landen in de toekomst een beroep moeten doen op (nood)steun te beperken.
Tenslotte is in december 2010 besloten een permanent noodmechanisme (European Stability Mechanism, ESM) op te zetten dat vanaf 2013 onder vergelijkbare strenge voorwaarden als bij het tijdelijke noodmechanisme, en in samenwerking met het IMF steun kan bieden aan landen in nood.
Naar bovenHet niveau van de rechtmatigheid van de verplichtingen, ontvangsten en uitgaven van het Rijk is, net zoals in voorgaande jaren, ook in 2010 hoog. Het percentage onrechtmatigheden ligt voor het gehele Rijk, onder de 1 procent van de totale uitgaven in 2010. Bij de uitbetaling van huurtoeslag (WWI), subsidies voor schippersinternaten (VWS) en diverse uitgaven, waaronder personele en materiële uitgaven, door het ministerie van VROM is deze norm overschreden. Nederland hanteert overigens een tolerantie van 1 procent, terwijl internationaal ruimere tolerantiegrenzen gebruikelijk zijn. Conclusie is dus dat in internationaal perspectief, ondanks deze overschrijdingen, sprake is van een goede prestatie. Verder blijkt uit de departementale jaarverslagen en de samenvattende accountantsrapporten dat het financieel en materieel beheer rijksbreed op orde is. Ook betaalde het Rijk in 2010 ruim 81 procent van alle rekeningen binnen de termijn van 30 dagen. Dat is onder de gewenste norm, maar beter dan in 2009.
12-05-2011
|
PDF bestand, 53 Kb